Omarm je emoties

10-1-19

 

Denk terug aan de laatste keer dat je boos was. Wat gebeurde er toen in je lichaam? Het was een vraag uit het boek Omarm je emoties van  Ronald J. Frederick. Ik dacht na maar ik kon me niet voor de geest halen wanneer ik boos was geweest. En al helemaal niet wat er dan in mijn lichaam gebeurde. Hetzelfde werd gevraagd over verdriet en angst en misschien nog wel meer emoties. Ik legde het boek weg. Ik kon deze vragen niet beantwoorden.

 

Een paar dagen later zat ik voor de televisie te huilen. Ik huilde in principe nooit, behalve bij emotionele tv. Maar wacht, stop! Ik ben aan het huilen! Dan ben ik dus verdrietig! Snel schreef ik op wat er in mijn lichaam gebeurde; tranen, pruillip, snotneus.

 

Al snel kwam ik erachter dat ik veel vaker emoties had dan ik dacht. Zo ontdekte ik dat ik mijn vuisten en kaken aanspande en een frons in mijn voorhoofd kreeg als ik boos was, en dat ik mijn schouders optrok en spanning in mijn buik voelde als ik bang was.

 

In het boek las ik verder dat emoties opkomen en wegebben als een golfbeweging. Als je de emotie toestaat en voelt dan zakt ie binnen een paar minuten weer weg. Niets om bang voor te zijn dus.

 

In de veilige omgeving van mijn eigen bed ben ik mijn emoties gaan voelen. Aan het eind van de dag zat er altijd wel een emotie waar ik mee aan de slag kon. Ik voelde bijvoorbeeld mijn kaken klemmen en wist dan dat ik nog ergens boos om was. Ik ging vervolgens de gebeurtenissen van die dag langs. Ben je toen boos geworden? Of toen? Als ik mijn frons dieper voelde worden wist ik dat ik de juiste situatie te pakken had. Aha! Ik ben boos omdat die collega niet naar me luisterde! Ja daarom ben ik boos! De boosheid zakte dan snel weg om plaats te maken voor een andere emotie. Daar deed ik dan hetzelfde mee, net zolang totdat er alleen een vaag verdriet overbleef waar ik geen gebeurtenis meer bij vond.

 

Toen ik eenmaal goed thuis was in mijn eigen emoties durfde ik het aan om mijn emoties voorzichtig te delen met anderen. Eerst door ze te benoemen. 'Ik merk dat ik hier verdrietig van wordt'. En later durfde ik zelfs mijn tranen te laten zien. Al hielp wel dat ik door mijn overspannenheid toen veel meer huilde dan ik daarvoor deed.

 

Maar meestal voel ik de emotie pas achteraf, als ik alleen ben. Ook het vage verdriet bleek ik stukje bij beetje thuis te kunnen brengen, door herrineringen van vroeger die steeds vaker op popten. Zo kwam het overlijden van mijn opa een paar keer terug. Maar ook kleinere gebeurtenissen, momenten waarop ik me alleen had gevoeld en die ik alsnog mocht verwerken.

 

Later ben ik een mindfulness cursus gaan doen en daar ontdekte ik nog veel meer details. Ik leerde waar in mijn buik welke emotie voor spanning zorgde. De koppeling van gebeurtenis, fysieke signalen en emotie gaat steeds gemakkelijker. 'Ben je boos?' vraag ik dan aan mijn buik, 'of ben je verdrietig?' Mijn buik geeft altijd antwoord.

 

Ik moet er wel naar blijven vragen. Soms denk ik daar een tijd niet aan. Dan ga ik slechter slapen, of mijn gedachten gaan razen, ik voel me neerslachtig of ik krijg steeds hoofdpijn. Dan heb ik rust en tijd nodig om weer contact te maken met mijn buik, mijn emoties en mijn herinneringen en de puzzel weer kloppend te maken. En soms vloeit daar dan zomaar een mooie blog uit voort.

 

meer van mij lezen?

Emotionele ontwikkeling bij autisme

De meeste kinderen leren in de peutertijd met hun eigen en andermans emoties om te gaan. Ze leren emoties herkennen en benoemen en wanneer ze zich verliezen in een woedeaanval of huilbui krijgen ze hulp om weer rustig te worden.

 

Kinderen met autisme ontwikkelen zich op een ander tempo, en zijn meestal pas jaren later toe aan die emotie-lessen. Tot die tijd zijn ze afhankelijk van hun omgeving voor het duiden en omgaan met emoties. Maar dat moet die omgeving maar net doorhebben.

 

Toen ik 11 was overleed mijn opa na een kort ziekbed. Ik was dol op mijn opa en hij was dol op mij. Er werd gezegd dat het beter was zo. Opa had nu geen pijn meer. Hij was bij God en dat wilde hij op het eind ook graag. Niemand huilde. Mijn vader zei dat het goed was om gewoon naar school te gaan, en te blijven doen wat je normaal ook deed.

 

Ik wist wel dat ik verdrietig was. Maar niet hoe verdrietig. Ik dacht niet dat het gepast was om te huilen, want dat deed niemand. Ik wist ook niet hoe erg ik hem zou gaan missen en ik wist niks over rouw. Ik bleef doen wat ik altijd al deed.

 

Maar er veranderde van alles. Mijn oma verhuisde en het fijne huis van opa en oma was niet meer de plek waar we met de hele familie kerst en sinterklaas vierden. Ontzettend jammer vond ik dat. Ik had niet door dat ik eigenlijk opa miste. Dat iedereen opa miste.

 

Pas rond mijn 30e maakte ik de emotionele ontwikkeling door die de meesten als peuter hebben doorgemaakt. Ik had gelukkig hulp van een boek. Pas toen kon ik het verlies van mijn opa gaan verwerken.

 

Het is niet te voorspellen wanneer iemand met autisme deze ontwikkeling doormaakt. Dat kan in de pubertijd, op je 75e of misschien wel nooit. Autisme is namelijk een regenboog van leeftijden in een persoon. Bedenk dus dat veel autisten dezelfde hulp bij hun emotieregulatie kunnen gebruiken als een peuter. Benoem de emotie die bij de situatie hoort, leid af en kalmeer als iemand in een emotie blijft hangen. En wellicht help je die persoon een stapje verder in de ontwikkeling.

 

meer van mij lezen?