Verbondenheid

25-01-19

Ik huilde toen ik van mijn psycholoog hoorde dat ik inderdaad best eens autistisch zou kunnen zijn. Zij bevestigde waar ik al heel lang bang voor was. Dat ik het gewoon niet kon: verbinding maken met andere mensen. En dat ik het ook niet kon leren. Ik had er zo hard aan gewerkt. Met therapie voor sociale angst, een assertiviteitscursus, een relatiebureau, zelfs mijn studie psychologie. Ik dacht inmiddels dat ik een hechtingsstoornis moest hebben. De psycholoog merkte op dat als ik het had kunnen leren, dat ik het dan al wel geleerd zou hebben. Ik kon er dus niks aan doen. Ik was gedoemd tot een leven met eenzaamheid. Kon ik daar wel mee leven?

Nee, daar kon ik niet mee leven. Ik werd eerst depressief. Maar eenmaal daar doorheen werd de onderzoeker in mij wakker. Hoe zat dat eigenlijk met verbondenheid en autisme? Zijn alle autisten eenzaam? Ik begon op internet naar informatie te zoeken. Ik vond artikelen over eenzame partners van autisten. En tips om met autisten te communiceren (gebruik korte zinnen). Hechting bij kinderen met autisme. En verhalen van autisten die helemaal geen vrienden hebben. Maar niks wat over mij ging, en mijn verlangen naar verbondenheid.

Dus ging ik op zoek naar andere autisten om te zien en te horen hoe zij in het leven stonden. En om te spiegelen. Zo kwam ik bij een autiroze borrel terecht. Een borrel voor LHBT autisten. Ja dat bestaat echt. LHBT komt veel voor bij autisten. Ik vond het spannend!

In het nauwelijks verlichte zaaltje werd ik hartelijk ontvangen door een flamboyante man die bestek verzamelde. Hij bood mij een drankje aan en hij wist mijn aandacht gemakkelijk vast te houden. Hij wees me de twee andere vrouwen die er waren, want verder waren er alleen maar mannen. De ene vrouw zat in een hoekje aan de bar geplakt en de andere huppelde giechelend rond als een klein meisje. Allebei mijn types niet.

Er kwamen nog wat kerels binnen en ik stelde me aan hen voor. We gaven elkaar een hand en keken daarna ongemakkelijk een paar minuten langs elkaar heen. Yup, autistisch.. We werden uit onze impasse gered door de bestekverzamelaar en even later zat ik aan een tafeltje met dezelfde mannen die opeens heel spraakzaam waren geworden. We wisselden uit hoe lang we al autistisch waren, naar welke congressen we konden gaan en hoe onze sociale levens eruit zagen.

Een man vertelde dat hij vroeger in Amerika altijd mee ging naar homofeestjes maar als enige niemand mee naar huis nam. De meeste vrienden van toen waren inmiddels overleden aan AIDS. Hij woonde nu samen met iemand waar hij geen relatie mee had. Jemig, het was niet makkelijk om homo en autistisch te zijn.

Even later waande ik me even in een echte Amsterdamse stamkroeg toen een van de mannen vertelde hoe hij bijna iemand vermoord had om een gestolen telefoon. Compleet met hakbijl. Ik was al best onder de indruk toen ik me realiseerde dat hij geen sterke verhalen aan het vertellen was. Hij was simpelweg alle gebeurtenissen die tot zijn diagnose hadden geleid op chronologische volgorde aan het opratelen. Hij raakte in de war toen ik hem onderbrak. Er klom iemand op een tafel om te inventariseren hoeveel animo er was voor een boot op de pride. Ik werd meteen enthousiast en stak mijn hand op.

Ik ging naar huis met een hoofd vol indrukken. Was dit nu de club waar ik bij hoorde? Waar waren de vrouwen? Zou ik volgend jaar echt op die boot willen staan? Ik had me wel welkom gevoeld, maar voelde geen sterke verbondenheid met deze mensen. Ik voelde me meer een observant.

Niet veel later vond ik aansluiting bij een gespreksgroep van PAS (voor normaal tot hoogbegaafde zelfstandig functionerende autisten). Daar heb ik het onderwerp verbondenheid besproken. Het bleek voor iedereen een ingewikkeld punt. Want hoe definieer je voor jezelf wanneer je je verbonden voelt? Waar we eerst alleen aan onze directe familieleden en hechte vriendschappen dachten, kwamen we er gaandeweg achter dat er ook verbinding was met de jaarlijkse campingvrienden, sommige collega's, een hobbyclubje, een huisdier of de wereldwijde kerk. We maken misschien niet zo makkelijk verbinding als anderen, maar we doen het wel! Een van de groepsleden beschreef het treffend als 'even geen afstand tussen jezelf en anderen'.

En toen was er opeens die avond dat alles op zijn plek viel. Ik zat aan een rijkelijk gedekte tafel met een Syrische statushouder, een Nederlandse verpleegkundestudent, twee Zwitserse nonnen en nog zon 25 andere mensen uit alle hoeken van Nederland. Tafeltijd heette het. Samen eten en in gesprek gaan met LHBTers en betrokkenen van de kerk die het organiseerde. De dominee en zijn man waren er ook bij.

Ik heb even in de auto mezelf moed in zitten praten voordat ik naar binnen ging. Eten met zoveel onbekende mensen, was dat nou wel verstandig? Zou ik niet heel snel overprikkeld zijn? Hoe stel ik mezelf voor? Maar zodra ik binnen was voelde ik dat het goed zat.

En wat heb ik veel gelachen die avond, en veel armen om me heen gehad. En gepraat over echte dingen. Ik voelde me verbonden met die groep mensen. Ik voelde me veilig en ik voelde me thuis. Wat was dat lang geleden.

Natuurlijk was ik aan het eind zo moe dat ik me niet meer precies kon herinneren wat ik nou had afgesproken met die vriendelijke dominee. Ik was te lang gebleven. De volgende dag nam ik vrij om alle indrukken te verwerken. Een groot gevoel van dankbaarheid kwam die maandag in me op. Dankbaar voor deze positieve ervaring in een groep, dankbaar voor het samen lachen, als dat geen verbondenheid is!

Samen lachen, waarom bedacht ik dat niet eerder? Ik wist het namelijk al lang! Het is al jaren mijn belagrijkste graadmeter voor een geslaagde date: hebben we samen gelachen? Daarom voel ik me zo sterk verbonden met mijn huisgenoot en mijn zus en die ene collega, en die andere vriend en soms gewoon een onbekende: omdat we samen lachen!

 

Meer van mij lezen?

Verkenning van het onderwerp verbondenheid door de PASgroep