De Knak

26-04-2019

Het gebeurde op een maandagavond in mei. Ik was bij een bijeenkomst van de assertiviteitscursus waar ik aan mee deed. We hadden op moeten schrijven welke negatieve overtuiging we over onszelf hadden. En daarna moesten we het voorlezen. In een oprechte poging om te oefenen met het kwetsbaar zijn zei ik eerlijk: 'Ik ben onzichtbaar'.

Even was het stil, de spanning was om te snijden. Ik zag tranen in de ogen van de trainer. Ik hoorde ongeloof in de reacties van de groep. Ik schrok van die heftige reacties en voelde een brok in mijn keel. De trainer vertelde dat het echt beter zou worden. Maar dat ging er bij mij niet in. 'Dit gevoel zit zo diep, ik geloof niet dat dat ooit zal veranderen' zei ik met tranen in mijn ogen.

Eenmaal in de auto kwamen er nog veel meer tranen. En ze bleven komen. Huilend reed ik naar huis, huilend deed ik de afwas, huilend poetste ik mijn tanden en toen lag ik huilend in bed. Ik wist niet precies waarom, maar het had iets te maken met die diepe pijn van onzichtbaarheid en eenzaamheid. 'Ik kan niet meer, ik kan niet meer vechten' hoorde ik mezelf steeds zeggen. Maar ik was me niet eens bewust geweest van een gevecht. Ik had nog nooit zo hard gehuild. En ik begreep er niks van.

Ik hoorde mijn huisgenoot thuiskomen. Zij was al jaren mijn beste vriendin en ze zou me zeker willen troosten, als ze maar wist dat ik zo verdrietig was. Ik zou naar haar toe kunnen gaan maar ze kwam van een concert en moest morgen weer werken en was nu vast niet in de mood voor mijn tranen. Ik bleef liggen en voelde me nog eenzamer dan daarvoor. Ik kon niet eens naar mijn beste vriendin toe voor troost. Ik voelde me machteloos en een nieuwe golf tranen spoelde over me heen.

De volgende ochtend ging ik gewoon naar mijn werk alsof er niks gebeurd was. Ik heb nog grapjes zitten maken over mijn tabletnek. Mijn nek deed verschrikkelijk pijn, waarschijnlijk doordat ik het hele weekend thuis achter mijn tablet had gewerkt aan een les die ik die week zou geven aan de schoolpsychologen opleiding. In de loop van de ochtend kreeg ik een berichtje van mijn zus: of ik mee wilde naar de film. De tranen sprongen weer in mijn ogen. En weer die gedachte 'ik kan niet meer'. En toen realiseerde ik mij pas dat er iets mis met me was. Mijn reactie klopte helemaal niet bij de situatie. Vervolgens appte mijn huisgenoot dat er die avond twee vriendinnen zouden komen eten. Nee, nee nee! Dat kan helemaal niet! Weer tranen. Maar ik had de kracht en de woorden niet om het uit te leggen. De vriendinnen kwamen eten en ik heb me groot gehouden.

Maar de volgende dag heb ik vrij genomen. Eén dag, om bij te komen en op een rijtje te krijgen wat er allemaal gebeurd was. Ik mailde de psycholoog waar ik eerder dat jaar nog in behandeling was geweest. Hij kende me goed en zou me misschien kunnen vertellen wat er aan de hand was. Hij belde me terug en zei dat ik waarschijnlijk overspannen was. Hij adviseerde om me voor twee weken ziek te melden en naar de huisarts en de bedrijfsarts te gaan. Die dag drong tot me door dat dit niet met een dagje vrij of een weekendje rust zou oplossen. Ik bleef ook maar huilen.

Twee weken thuis werden vijf weken. Maar ik kon niet stil zitten. Ik ging veel fietsen en probeerde uit alle macht rust te vinden. Ik realiseerde me dat deze overspannenheid niets met mijn werk te maken had. Ik vond mijn werk juist leuk. Nee het was iets wat diep in mij zat, alsof een oude herinnering was bovengekomen die deze pijn veroorzaakte. De put die jaren dicht had gezeten en nu per ongeluk open was gebroken. Stinkende modder kwam eruit.

De verwarring

Na vijf weken meldde ik me weer op mijn werk, om er vervolgens achter te komen dat ik niet zoveel meer kon. Ik kon naar mijn scherm kijken maar geen betekenis in die woordenbrei herkennen. Ik kon geinteresseerd meeknikken in een gesprek maar niets horen omdat mijn hoofd letterlijk zoemde. Ik kon niet meer dan twee stappen vooruit denken. Ik voelde me gehandicapt. Mijn emoties waren all over the place en mijn hersenen functioneerden niet meer. Ik herkende mezelf niet meer en was bang. Bang dat er iets in mijn hoofd definitief kapot was gegaan. Bang dat ik nooit meer goed zou kunnen nadenken. Bang dat ik nooit meer zou stoppen met huilen.

Ik ging op zoek naar informatie over overspannenheid maar op de een of andere manier kon ik niet veel nuttigs vinden. Misschien was het er wel maar kon ik er met mijn yoghurtbrein geen kaas van maken. Of ik wist zelf te goed wat ik nodig had. Schematherapie, dat zou mij kunnen helpen om die oude pijn waardoor ik mij nog steeds onzichtbaar voelde te kunnen vinden en verwerken. Ik kreeg snel een verwijzing maar de wachtlijsten waren 3 maanden of langer. Onbegrijpelijk vond ik dat, snapten ze niet dat ik NU hulp nodig had?

Terugkijkend denk ik dat mijn beroep mij in de weg heeft gezeten. De huisarts en de bedrijfsarts en mijn werkgever gingen veel te makkelijk mee met mijn voorstellen. Niemand nam mij aan de hand om mij te vertellen wat ik moest doen. Ik bleef zelf de touwtjes in handen houden en niemand zei STOP! Ja, misschien was er één iemand die mij doorzag, heel in het begin: de praktijkondersteuner van de huisarts. Ik ging daar met lege handen en een leeg hoofd heen, niet wetende wat te doen. Zij zei dat ze nog nooit iemand had ontmoet die zo slecht kon aangeven wat ie wilde of vond. Ze gaf me allemaal briefjes met boektitels en een briefje met 2 vragen: 'wat wil ik?' en 'hoe is dit voor mij?'. De boeken heb ik braaf gekocht maar niet gelezen. Dat lukte ook helemaal niet met mijn zaagselhoofd. De vragen heb ik opgehangen naast mijn bed. Bij mijn volgende bezoek aan de huisarts wist ik wat ik wilde.

Ik vond een therapeut die geen wachtlijst had. Ze was vrij radicaal christelijk maar daar kon ik wel doorheen kijken. We gingen aan de slag met mijn schuldgevoelens, waardoor ik altijd deed wat ik dacht dat er van mij verwacht werd. En waardoor ik niet meer wist wat ik zelf wilde of leuk vond. Ook vond ik woorden voor mijn pijn en al die tranen. Het was een combinatie van leegte, eenzaamheid en verdriet. "Alsof je het gevoel van geborgenheid niet geinternaliseerd hebt" zei mijn therapeut. Was dat het dan? Had ik een hechtingsstoornis? Ik ging geborgenheid zoeken bij God, mijn schuilplaatst in de storm. En dat hielp. Even.

De depressie

Terwijl mijn hersenen langzaam weer wat beter gingen werken verdween mijn fysieke energie. Van fietsen raakte ik nu uitgeput, en soms kwam ik de 3 trappen naar mijn voordeur bijna niet meer op. Alsof ik lood in mijn benen had. Ik ging ook steeds meer slapen. En ik bleef huilen.

Ik liet mijn bloed onderzoeken maar dat was kerngezond. Het was inmiddels een jaar later. Mijn therapie was afgerond, maar ik voelde me slechter en slechter. Ik herkende nu het patroon van terugkerende depressies en wist niet of ik mezelf moest activeren om uit die depressie te komen of juist toe moest geven aan de vermoeidheid. Werken lukte nog altijd maar een paar uur en ik zag mijn ambities en carrièreperspectieven steeds verder buiten mijn bereik raken. Ik ging antidepressiva gebruiken en kwam weer op een wachtlijst voor therapie.

In het kader van mijn vermeende hechtingsprobleem ging ik de relatie met mijn moeder onderzoeken. Ik sprak met familieleden over hoe het bij ons thuis was toen ik klein was, ik bekeek oude foto's bij mijn oma, en uiteindelijk schreef ik mijn moeder een brief. De moeilijkste brief die ik ooit geschreven heb. Maar de relatie met mijn moeder voelde als een sleutel voor alle andere relaties. Ik schreef dat ik me altijd verantwoordelijk voor haar voelde, en daarin steeds faalde. Het was nooit goed genoeg. Ik was nooit goed genoeg.

Het eerste wat ze daarop zei was dat ik niet verantwoordelijk voor haar was. En die woorden van haar hebben me van mijn schuld-probleem afgeholpen. Was alles maar zo simpel.

De antidepressiva werkten trouwens ook onmiddelijk: ik huilde niet meer om elke scheet. Even was ik bang dat ik helemaal niet meer kon huilen maar dat bleek mee te vallen. De diagnose die ik kreeg had een ander effect. Dysthieme stoornis, oftewel chronische "milde" depressie. Chronisch, dat woord verlamde me bijna. Zou ik hier dan nooit meer vanaf komen? Zou ik altijd moeten blijven vechten tegen die depressie? Maar dat hield ik toch nooit vol? Het verlangen naar de dood werd steeds sterker. Als dit mijn leven was dan hoefde het niet meer.

Gelukkig had ik weer een nieuwe therapeut en zij wist mij hier goed doorheen te begeleiden. Het ging bij haar vooral over het voelen en accepteren van mijn gevoel. Ook die hele donkere depressie en die hele kritische boosheid en die vervloekte pijn. Ik deed een mindfulness cursus en voelde alles. En zo werden mijn dalen minder diep omdat ik minder en minder opkropte. En als bonus leerde ik middagdutjes doen, zeer effectief!

Een nieuw spoor

Het werd weer zomer en ik was twee jaar verder. Nog steeds kon ik niet langer dan een paar uur werken. Door een artikel van Annelies Spek (en ja ik kon weer lezen), was ik op het spoor van autisme gekomen. Zou dat de verklaring zijn? In ieder geval kwam ik nu zelf zo langzamerhand ook tot de conclusie dat misschien mijn werk niet de ideale omgeving voor mij was. Ik werd moe van de steeds wisselende werkplekken en collega's en reorganisaties en fusies. Dus ik ging naar een loopbaancoach.

Die coach deed niet wat ik verwachtte. Ze deed nog eens dunnetjes over wat ik al bij twee psychologen had gedaan, maar het ging niet concreet over mijn werk. Ondertussen vertrokken mijn favoriete collega's en was ik meer dan ooit aan het zwemmen zonder houvast.

Ik had inmiddels de diagnose autisme en was weer opnieuw op zoek naar informatie. Wat betekent dit voor mij? Voor mijn werk, voor mijn relaties, voor mijn toekomst? Maar internet en boeken vertellen je niet wie je bent. Daarom ben ik zelf maar gaan schrijven.

Ik kreeg een nieuwe leidinggevende en ging opnieuw naar de bedrijfsarts, en begin weer opnieuw aan een reintegratie traject, wat ik eigenlijk nooit gehad heb. Ik sta weer op een wachtlijst voor therapie. Met alles wat ik in de afgelopen drie jaar over mezelf geleerd heb, en met mijn levensloopsjors, probeer ik weer balans te vinden.

Maar balans bestaat niet, hoorde ik vandaag. Alleen balanceren.

Meer van mij lezen?