Opa

3-5-19

Opa had zijn tuinstoel achterover gezet. Hij lag in de zon. Ik lag op zijn buik. Ik voelde hoe zijn buik op en neer ging als hij adem haalde. Ik realiseerde me voor het eerst dat buiken dat doen als mensen ademhalen. De mijne deed het ook. Ik bestudeerde de moedervlek-pukkel in opa’s hals. Hij leek bijna los te zitten. Wat zou er gebeuren als ik die eraf trok? Zou het pijn doen of bloeden? Beter niet proberen.

Het is vandaag 25 jaar geleden dat mijn opa overleed. Dit is de herinnering die me het meest dierbaar is. Ik voelde me veilig en welkom. Opa genoot van mij en ik genoot van hem. Er zijn geen foto’s van en niemand heeft me erover verteld. Het is mijn eigen herinnering. Ik weet zelfs nog hoe hij rook.

Ik was niet aan het nadenken, ik was aan het ervaren, helemaal in het hier en nu. Ik hoefde niet viool te spelen of een mooie jurk aan, ik maakte me geen zorgen of opa het wel fijn vond. Opa liet mij zijn, en we genoten allebei.

Als ik me eenzaam voel kan deze herinnering aan opa me veel verdriet geven. Ik zou zo graag weer me zo geborgen voelen als toen.

Opa was een gelovige man. En toen hij ziek was en zou gaan sterven voelde ik voor het eerst de aanwezigheid van God, daar in het ziekenhuis bij zijn bed. Op het moment dat ik mijn lieve opa kwijtraakte, maakte ik kennis met de warme welkome liefde van God. Ik dacht er niet over na, ik voelde het.

God laat me zijn en Hij geniet van me, net als mijn opa. Hij geeft me keer op keer weer dat warme veilige vertrouwde gevoel.

God gaf mij een knuffel, toen ik voor het eerst alleen in het buitenland was en me eenzaam en verloren voelde. Ik was op evangelisatiereis met de jeugdgroep van mijn kerk, iets wat ik ontzettend graag wilde. Ik was 15 jaar en met afstand de jongste van de groep. Ik realiseerde me die eerste avond pas dat ik niemand echt goed kende. Zaten ze wel op mij te wachten?

Tijdens de viering met alle vrijwilligers zei ik stilletjes tegen God: ‘Ik zou zo graag een knuffel willen’. Om mij heen werd gezongen. Ik deed mijn ogen dicht en zag twee gigantische armen die mij omhelsden. Even verdween ik in die verwarmende liefde. De muziek stopte en de leider zei: “Now let’s all hug each other good night!” en ik kreeg van iedereen van mijn jeugdgroep een knuffel.

Zo is God naar me toe blijven komen, op momenten dat ik me het meest alleen voelde. Meestal niet zo spectaculair als met die knuffel, maar dat hoefde ook niet meer. Soms is het een lied, of een wolkenlucht die me kippenvel geeft en me herinnert aan Gods omarming. Vaak voel ik helemaal niks, maar is mijn vertrouwen op Gods aanwezigheid genoeg om te weten dat ik nooit echt alleen ben.

Ik ben geborgen in Gods liefde.

meer blogs?