Aandrang

29-04-19

Er stond een frisse wind. Ik had wind tegen. De uitgestrekte weilanden met lammetjes en bermen vol lentebloemen vielen mij niet op. De zon scheen fel op mijn hoofd. Ik voelde me slap en begon te zweten. Het was een fietstochtje van 10 minuten, maar toen ik bij de supermarkt kwam was ik warm en moe en wist ik niet hoe ik zo snel mogelijk mijn jas uit kon krijgen, mijn fiets op slot en met mijn boodschappentas naar binnen kon vluchten, uit die vreselijke zon.

Binnen propte ik jas en tas in een mandje, dat daardoor meteen vol was. En toen voelde ik de aandrang. Zo'n aandrang die je niet heel lang kunt negeren. Ik kneep mijn billen samen en had nu ook nog haast. Ik tuurde naar mijn boodschappenlijstje. Bananen. Waarom ligt het fruit altijd aan het begin van de winkel zodat het altijd half geplet is voordat je bij de kassa bent? Ik overwoog om eerst de zwaardere dingen te pakken en later terug te komen voor de bananen. Maar mijn darm was het daar niet mee eens. Schiet op!

Oef, waar was eigenlijk het dichtstbijzijnde toilet? Waarschijnlijk thuis. Onverrichter zake teruggaan was geen optie vond ik. Als ik thuis kwam wilde ik klaar zijn met vandaag, en niet nog weer terug moeten naar de winkel.

Met klamme oksels en een tros bananen in mijn mandje liep ik verder de winkel in. Avondeten, dat stond niet op mijn lijstje. Waarom niet? Ik had wel eten nodig. En ik had haast. Nadenken tussen alle groentensoorten lukte niet. Een magnetronmaaltijd dan maar. Brood, yoghurt, muesli, voor de koekjes moest ik weer drie rijen terug.

Eén taakje had ik vandaag. Na twee drukke dagen met koningsdag en een kinderverjaardag had ik vandaag vrij en helemaal niks te doen. Behalve boodschappen. En precies op dat moment beslist mijn buik dat er iets uit moet. Kon dat niet een uur eerder of een uur later?

In het gangpad met toiletartikelen laat ik voorzichtig een windje. Oei dat stinkt! Snel naar de kassa. Ik probeer geduldig te wachten tot de vrouw voor mij in de rij uit is gekletst, en haar spullen eindelijk op de band gaat zetten. Dan gaat er om de een of andere reden iemand vlak achter me staan. Waarom? Ik zweet en ik stink waarschijnlijk en ze staat bijna tegen me aan!

Het lijkt wel of iedereen steeds harder is gaan praten als ik eindelijk heb betaald. Ik baan me een weg tussen luid kletsende mensen en felgekleurde boodschappentassen door. Richting de felle zon waar mijn fiets staat. Mijn zonnebril voorkomt niet dat de zon alsnog via mijn voorhoofd in mijn ogen brandt. Ik prop de boodschappen in mijn veel te kleine fietstas, nadat ik de bananen voor de zoveelste keer net op tijd naar boven heb verplaatst.

Terug heb ik wind mee, ik ga het redden. Ik hou mijn hand voor mijn gezicht tegen de zon. Thuis gooi ik de boodschappen neer en ren naar het toilet.

Oh shit die bananen..

meer blogs lezen?