Minder aanpassen

Voor mama

26-05-19

Tot mijn verbijstering kwam ik er drie jaar geleden in therapie achter dat ik leed aan de valkuil van de extreme aanpassing. Nooit in de gaten gehad. Ik zag mezelf als een competente hoogopgeleide vrouw. Toen ik erover na ging denken realiseerde ik me hoe ontzettend waar het was. Ik was het nooit met iemand oneens, ik werd nooit boos, ik was superflexibel, kon goed luisteren, voelde me snel verantwoordelijk en net zo snel schuldig. Ik vormde pas een mening nadat ik alle andere meningen had gehoord, ik maakte pas keuzes als ik wist wat anderen kozen, ik had mijn baan doordat ik ervoor gevraagd was, niet doordat ik gesolliciteerd had. In elke relatie werd ik ongelukkig omdat ik niet mezelf kon zijn, of me niet genoeg gezien of gehoord voelde. Aanpassen was mijn identiteit geworden. Ik had waarschijnlijk een hele goede spion kunnen zijn als het maar op mijn pad was gekomen.

De horror dat ik zo’n slaafs persoon bleek te zijn stimuleerde mij gelukkig tot een voortvarende aanpak. Ik had inmiddels genoeg therapie gehad om te weten welke truukjes bij mij werkten, en ik ging aan de slag. Van een lijst met 26 sub-valkuilen van extreme aanpassing koos ik er 10 uit die ik het meest herkende. Oke 12. Ik herformuleerde ze als doelen en begon te oefenen met de makkelijkste. Een paar voorbeelden:

1. Niet mijn verantwoordelijkheid. Deze ging me goed af: bij alles wat ik dacht te moeten doen vroeg ik: is dit mijn verantwoordelijkheid wel? En meestal was het antwoord nee. Niet mijn verantwoordelijkheid. Geen druk. Misschien wil ik het dan alsnog doen, geen probleem. Maar niet omdat ik denk dat het moet. ‘Niet mijn verantwoordelijkheid’ is nog altijd een mantra in perioden van stress en drukte. Mijn omgeving moest hier wel aan wennen, en dat gaf me meteen de gelegenheid om aan een paar andere valkuiltjes te werken.

2. Ik heb geen goedkeuring nodig. Die vond ik al lastiger. Heb ik echt geen goedkeuring nodig? Ik stelde me voor hoe mijn baas zou reageren als ik iets deed waar ik geen goedkeuring voor had. Dat hing er waarschijnlijk vanaf wat ik had gedaan en waarom. Dus als ik zelf een goede reden heb, dan is de goedkeuring van die ander minder doorslaggevend. Ik ging bewuster grote en kleine keuzes maken op basis van wat ik zelf wilde. Goedkeuring blijft fijn, maar mijn keuze hangt er steeds minder vanaf.

3. Ik geef mezelf evenveel ruimte als de ander. Dit oefende ik door van te voren in te schatten hoeveel ruimte de ander zou innemen, of hoeveel ruimte ik die ander zou toekennen. Tijdens gesprekken probeerde ik dan vooral in gedachten mijn ruimte vast te houden. Gaandeweg werd mijn mantra: Mijn mening is net zo belangrijk als jouw mening.

4. Ik ben het openlijk oneens. Zodra ik me bewust werd van mijn mening, mijn verantwoordelijkheid en mijn ruimte, werd het ook logischer om het openlijk oneens te zijn met iemand. Wel met zweet en gestamel, want oh wat was ik bang voor confrontaties. Maar oefening baart kunst, of in elk geval zelfvertrouwen.

Het grappige was dat ik na een paar bewuste vingeroefeningen merkte dat ik steeds meer valkuil-doelen bijna vanzelf al had gehaald, alsof het allemaal samenhing. Het belangrijkste (en voor mij het moeilijkste) was om me goed bewust te zijn van wat ik wilde en wat ik nodig had. Als ik erkenning nodig had, ging ik praten met iemand wiens mening ik waardeerde. Als ik hardop zei dat ik op zag tegen een meeting op mijn werk, dan dachten mijn collega’s graag met me mee. Toen ik ging proberen om bewust mensen te kwetsen wist ik dat ik klaar was voor het echte werk. Mijn baas.

Ik was namelijk bang voor haar, en tegelijkertijd keek ik naar haar op. Ik wilde goedkeuring, en kon door de grond gaan bij ook maar het kleinste vermoeden van kritiek. Ik bereidde me voor op een gesprek waarin ik een delicate kwestie wilde bespreken. Ik bedacht wat mijn grootste valkuilen zouden zijn en welke munitie ik daar tegenover kon zetten:

1. Ze wordt boos en dan voel ik me schuldig -> niet mijn verantwoordelijkheid

2. Ik schaam me omdat ik iets stoms heb gezegd -> ik heb jouw goedkeuring niet nodig

3. Ze reageert fel en ik wordt klein en heb geen weerwoord meer -> mijn mening is net zo belangrijk als jouw mening.

In de aanloop naar het gesprek herhaalde ik mijn munitie-mantra telkens in mijn hoofd. Geengoedkeuringnodig, nietmijnverantwoordelijkheid, mijnmeningnetzobelangrijk. Geengoedkeuringnodig, nietmijnverantwoordelijkheid, mijnmeningnetzobelangrijk. Ik had me goed voorbereid, ik wist wat ik wilde zeggen, ik heb mijn zegje gedaan, ze luisterde naar me en ze werd niet boos. Dat ging goed zeg! Mission accomplished.

Een paar maanden later kwam ze opeens mijn kamer binnen en vroeg: “Waarom heb je die mail gestuurd? Wat wil je daarmee bereiken?”. Mijn ruimte plopte weg en ik werd overladen met schuldgevoel en schaamte. Ik werd duizelig en viel bijna flauw. Minor setback. Die avond heb ik mijn ruimte herpakt en tekst en uitleg gegeven aan mijn baas. In een vervolggesprek kon ik zelfs aangeven wat ik nodig had van haar. En in therapie ging ik leren om mild te zijn voor mezelf als ik onhandig reageer.

Inmiddels ben ik heel wat verder gevorderd in het aangeven wat ik vind en wil en nodig heb. Van de week heb ik nog gevraagd of de radio zachter mocht. Ik dacht er maar heel even over na. Ook heb ik er zelf voor gekozen om tijdelijk in een boerderij te gaan zitten omdat ik rust nodig had, en ik maak bewuste keuzes ten aanzien van mijn werk, zij het wat wispelturig.

Weten wat ik wil en weten wat ik nodig heb zijn nog heel verschillende zaken heb ik gemerkt. Ik schreef een paar weken geleden nog enthousiast dat ik mijn angsten zou overwinnen en meer uren zou gaan werken (lees: over een jaar werk ik weer full time!). Ik was er echt van overtuigd dat ik dat wilde en kon. Inmiddels hebben stress en depressie mij doen inzien dat ik pas op de plaats moet maken. Wat ik nu nodig heb is rust en herstel. En daar neem ik de ruimte voor.

meer van mij lezen?

Het boek over valkuilen